Tikspelletjes

Ui Ui

Afhankelijk van de grootte van de groep zijn er drie tikkers, de uien. Zij moeten de andere deelnemers tikken. Zodra iemand is getikt moet hij stil staan en huilen. Twee of meerdere personen hebben echter een zakdoek. Zodra zij je tranen wegvegen, mee doen met het spel. Zodra een ui een zakdoek pakt, moet deze de doek in zijn broekzak steken en eruit laten hangen. ZO, dat een deelnemer de mogelijkheid heeft om de zakdoek af te pakken. Het spel is ten einde als alle deelnemers huilen.

 

Wie tikt de meeste;

?en speler staat in de hoek van het speelveld. Deze is de tikker. De overige spelers staan verspreid in het aangegeven speelveld. Op teken van de spelleider begint de tikker gedurende een halve minuut zoveel mogelijk spelers te tikken. Een speler die wordt geraakt, gaat op de bank zitten of op een andere opgegeven plaats. Na een halve minuut wordt er geteld hoeveel spelers er zijn getikt. Vervolgens komt een ander als tikker en speelt iedereen weer mee. Wie tikt de meeste deelnemers en wie wordt er het minste getikt?

 

Bevrijdingstikkertje;

Een speler is de tikker en staat in een hoek van het speelveld. De overige spelers staan verspreid in het speelveld. Van deze spelers is er ??n de zogenaamde bevrijder, die vooraf wordt aangewezen, zonder dat de tikker dit ziet of hoort. Op teken van de spelleider begint de tikker. Een geraakte speler gaat op de grond zitten op de plaats waar deze is getikt. De bevrijder mag de getikte speler aanraken en op dat moment mag de getikte speler weer meespelen. Hoelang duurt het voor de tikker de bevrijder heeft geraakt?

 

De Reus en de Kabouter;

Alle spelers zitten in een kring als kaboutertjes. Een eindje buiten de kring ligt een deelnemer, de reus, op een matje te slapen. E?n kaboutertje gaat naar de reus toe en trekt de hoed van de reus zijn hoofd af. Het kaboutertje loopt snel terug naar zijn plaats in de kring. De reus wordt wakker, loopt het kaboutertje achterna en probeert het te tikken voordat het in de kring is.

 

Moeder hoe laat is het?;

Aan de ene kant van de zaal staat er ??n speler, de moeder, met het gezicht naar de muur. De andere spelers, de kinderen, staan aan de andere kant van de zaal naast elkaar achter een lijn. De kinderen vragen samen: "moeder, hoe laat is het?" Moeder antwoordt bijvoorbeeld "Het is vier uur". De kinderen komen dan vier grote stappen naar moeder toe en stellen hun vraag opnieuw. Ze komen steeds dichter totdat moeder antwoordt "Het is bedtijd!". Dan draait moeder zich om en probeert zoveel mogelijk kinderen te tikken. De kinderen rennen namelijk naar hun bed, het gedeelte achter de lijn zijn.

 

Wie is de struisvogel?;

De spelers staan op een rij. De spelleider loopt achter de rij langs en tikt onopvallend een speler aan die de struisvogel is. De spelers lopen door elkaar heen. Op een teken van de spelleider steken alle andere spelers hun kop in het zand (ze doen de handen voor de ogen). De eerder aangetikte struisvogel sluipt de ruimte uit. Op een teken van de spelleider dat het onraad voorbij is mag iedereen weer kijken. Wie heeft er het eerste door wie de verdwenen struisvogel is? Wie wint mag de volgende struisvogel aantikken.

 

Berenkooien;

Binnen een speelveld zijn naast elkaar twee cirkels getekend, met aan beide zijden smalle doorgangen. In deze cirkels bevinden zich de tikkers, de beren in hun kooi. De beren mogen hun kooi niet uit. De overige spelers mogen op signaal van de spelleider overlopen naar de andere kant. Zij moeten echter langs de berenkooien. De beren mogen met hun armen uitgestrekt de langskomende spelers tikken. Getikte spelers worden beren en gaan bij de beer in de kooi staan.
Variatie: Zodra in de kooi vier beren staan mag de beer die het langste in de kooi zit eruit om weer mee te spelen.

 

 

Weg met de stok

?en van de spelers is tikker en staat in de hoek van het speelveld. De overige spelers staan verspreid in het speelveld. ?en van hen is in het bezit van een stok (??n meter lang) en draagt deze verticaal. De spelers geven de stok aan elkaar door. Op teken van de spelleider begint de tikker en probeert een stokdrager te tikken. Hoelang weet de groep de stok nog door te geven?Let goed op de veiligheid. De stok moet verticaal worden doorgegeven, en toewerpen is gevaarlijk. Leg het accent op samenwerken.

 

Olifantentikkertje

De olifant, de tikker, houdt met de linkerhand zijn neus vast en steekt zijn rechterhand en arm door de "opening" van de zo gehouden linkerarm. Met de rechterhand probeert de tikker te tikken. Wanneer een speler is afgetikt, gaat hij ook mee aftikken, ook als olifant. Het spel gaat net zo lang door tot er alleen maar olifanten rond rennen.
Als variatie kan je ook Krokodillentikkertje doen, en dan houdt de tikker zijn handen recht naar voren als een bek.

 

Tweelingtikkertje

Een tweetal spelers heeft elkaar vast (handen) en staat in een hoek van het speelveld. Op teken van de spelleider begint het tweetal en probeert een speler te tikken. Lukt dit, dan wisselt deze geraakte speler met een van het tweetal. Wie van de spelers komt het minst als tikker aan de beurt?

 

Muizenstaart tikkertje

Alle spelers hebben een lint aan de achterkant aan de broek hangen. Dit stelt de staart voor. ??n speler is de kat. Die rent achter alle muizen aan en probeert zoveel mogelijk staarten af te pakken. Zodra een muis zijn staart kwijt is, dan moet die even langs de kant staan. Behendigheid is hierbij belangrijk.

 

Chinese muur;

Alle spelers (op de tikker na) staan aan 1 zijde van het speelveld. De tikker loopt in het speelveld. Op teken van de spelleider moeten alle spelers direct naar de overzijde lopen (terugkeren is niet toegestaan) De tikker probeert hierbij zoveel mogelijk spelers te tikken. Is men goed door het vak gekomen, dan wacht men op het volgende teken. De geraakte spelers vormen met elkaar een ketting in het midden van het speelveld (muur). Vervolgens wordt het spel hervat. Hoeveel spelers staan er na x-maal overrennen aan de ketting en welke niet?

 

Drie is teveel

??n speler is tikker en staat in de hoek van het speelveld De overige spelers staan per tweetal verspreid opgesteld met de handen vast. Tevens is er nog een loper die tussen de overige spelers staat. Op teken van de spelleider probeert de tikker de loper te raken. Deze loper kan zich veilig stellen door een speler van een tweetal een hand te geven. De derde man van dit groepje wordt nu de loper (dit is dus de derde gerekend vanaf de plaats waar de loper is gaan staan). Wordt de loper getikt dan wordt ervan functie gewisseld.

 

Ratten en raven;

Het speelveld is als volgt ingedeeld: twee gelijk lopende lijnen op een afstand van ongeveer 20 meter. In het midden loopt, eveneens gelijk, de middenlijn. De twee partijen zijn precies verdeeld. Iedere speler heeft een persoonlijke tegenstander. De partijen stellen zich tegenover elkaar op. Beide ongeveer een meter vanaf de middenlijn. De groepen krijgen een naam, bijvoorbeeld een groep "ratten" en een groep "raven". De spelleider roept vervolgens een van deze namen, waarop de spelers die tot die groep behoren, naar de eigen achtergrens moeten lopen. De spelers van de partij achtervolgen hun persoonlijke tegenstander tot deze lijn en proberen deze daarbij te tikken (=1 punt). Het afroepen van de namen is geheel willekeurig doch het aantal beurten moet voor beide groepen gelijk zijn. Uiteraard kan je ook soms een andere naam noemen om iedereen in de war te brengen.

De vos en de kippen;

Alle spelers (op twee na) vormen kringetjes van vier spelers (handen vast!). Van de overgebleven spelers is ??n de tikker (vos) en de andere de loper (kip). Op teken van de spelleider moet de vos proberen de kip te tikken. Deze kan dit voorkomen door snel in een kringetje van spelers te gaan staan. De nieuwe loper is nu ??n speler van dit kringetje (nummer 1). Deze spelers zijn onderling willekeurig afgenummerd. De loper die in een kringetje gaat staan, krijgt het nummer van de speler die aan het lopen is gegaan. De volgorde van weglopen uit het kringetje is nummer 1,2,3,4. Lukt het de vos om de kip te tikken, dan worden de rollen omgedraaid. Pas als de loper in de krig komt mag de nieuwe loper weglopen. Een loper is pas in de kring als hij de handen van zijn buurlieden vast heeft, de nieuwe loper loopt onder de handen door weg.

 

Slingerkat;

De groepen staan in gelijke rijen tegenover elkaar en geven elkaar een hand en vormen met elkaar doorgangen voor de lopers. Op teken van de spelleider veranderen de opstellingen doordat de spelers een kwart draai naar rechts maken en nu de doorgangen vormen van voor naar achteren. Dit draaien gebeurt steeds op teken van de spelleider. De tikker krijgt 1 minuut de tijd om zo vaak mogelijk de weglopers te tikken. Na ??n minuut wordt het spel gestaakt, de lopers en de tikkers sluiten achter hun rijtjes aan. Vervolgens komt de volgende rij spelers aan de beurt. Wie wordt het minst getikt. De lopers en dde tikkers mogen niet onder of door de ketting van armen lopen.


In de dierentuin;

In het speelveld worden hoepels neergelegd, dit zijn de kooien. In de kooien zitten de wilde dieren. De overige kinderen gaan nu de dierentuin bezoeken, daarbij moetne ze oppassen niet te dicht bij de kooien te komen. De wilde dieren mogen proberen de kinderen te tikken, maar mogen niet buiten de kooien komen. Kinderen die af zijn worden in een groepskooi gezet, de zogenaamde apenkooi en mogen ook aftikken. Na verloop van tijd wisselen. de wilde dieren worden dan de bezoekers en omgekeerd.

 

Schipper mag ik overvaren;

In het speelveld staan de kinderen aan een kant in een rijd naast elkaar. Ze houden de handen in de zij. De schipper staat in het midden. Dan zingen de kinderen het liedje, "schipper mag ik overvaren, ja of nee, en moet ik dan nog geld betalen, ja of nee?". De schipper kan nu antwoorden met ja of nee. Zegt hij "nee" dan moet het liedje opnieuw worden gezongen. Zegt hij "ja", dan vragen de kinderen "hoe dan?". De schipper moet dan een manier voordoen, bijvoorbeeld hinken en op die manier moeten de kinderen aan de overkant zien te komen. Daarbij mag de schipper ze proberen te tikken. Wel moet hij zich zelf ook op die manier voortbewegen.

 

BOOMPJE WISSELEN

Er is 1 tikker en een aantal spelers.
Elke speler krijgt een boom toegewezen, met uitzondering van 1 speler. De tikker moet deze speler nu gaan tikken. De speler
kan echter een boom innemen van een andere speler zodat deze weg moet rennen en getikt kan worden.
Bij dit spel kan je ook een aantal variaties brengen. Kijk dan goed naar je doelgroep.
Variaties: alleen hinkelen, huppelen of kruipen.